Werkgroep over Taal (WOT)
VUB Linguistics seminars
Over de werkgroep — About us
De Werkgroep over Taal (WOT) is het meertalig studie- en discussieplatform van de VUB-taalkundigen. De bedoeling is om vooral jonge onderzoekers de kans te bieden over hun onderzoek te reflecteren, en zo de inhoudelijke discussie over allerhande taalkundige onderwerpen aan te wakkeren. Iedereen is dus welkom op onze bijeenkomsten, en ook de inbreng van meer ervaren collega's wordt ten zeerste gewaardeerd.
Als u op de hoogte wilt blijven van toekomstige bijeenkomsten, kunt u zich eenvoudigweg aanmelden door een e-mail te sturen naar de coördinator van de werkgroep, Esli Struys (estruys@vub.ac.be).
WOT is a multilingual discussion and study platform for all linguists at the Vrije Universiteit Brussel and beyond. To be added to our mailing list, please send a message to the coordinator, Esli Struys (estruys@vub.ac.be).
Activiteiten in het vooruitzicht — Upcoming activities
Dinsdag 8 mei om 12h00: taalkundige lezing door Frank SCHEPPERS (VUB/TALK/CLIN)
On the nature of discourse and the identity of text: a ‘holistic’ and radically pragmatic approach. Or: why language is not in the brain, there is no such thing as context, speech act theory does not work, and sciences create their own worlds
Most approaches within linguistics (as well as in neighboring disciplines), often implicitly, share the following basic picture of linguistic communication:
language is a tool for communication, used by language users in order to communicate;
communication is ultimately reducible to processes in two (or more) distinct psychological units, the speaker and the addressee;
these units interact by means of the transfer of information:
the speaker codes (‘packages’, ...) a ‘prelinguistic intention’ of his in such a way that this information (‘message’) becomes available to the addressee;
the addressee in his turn ‘decodes’ (‘interprets’, ...) the message;
speaker and addressee use both textual and contextual information to construe meaning, including reference to the extra-textual world.
In this contribution, FS will introduce a more ‘holistic’ and radically pragmatic approach (embodied in such principles as the ‘pragmatics first claim’ and the ‘pragmatic relevance principle’), according to which the pragmatic structure underlying the encompassing activity in which discourse occurs, is the ultimate locus - or at least an irreducible aspect - of linguistic meaning. In order to get his points across and to generate discussion, FS will attempt to defend the (deliberately provocative) claims included in the title.
Tijdschriftenplatform — Journal club
Wat?
Het idee is gebaseerd op de populaire 'journal clubs' in de Angelsaksische traditie, en het houdt simpelweg in dat we een aantal samenkomsten houden, waarbij steeds één onderzoeker een recent artikel uit de taalkundige vakliteratuur voorstelt en bespreekt. Er zullen dan concrete aanzetten tot de discussie worden gegeven, en het is de bedoeling dat alle aanwezigen vanuit hun specifieke achtergrond en specialisatie een bijdrage aan het debat leveren.
Waarover?
De besproken stukken kunnen b.v. gaan over nieuwe theorieën, interessante casus of methodologische overwegingen. Alle recente bijdragen uit tijdschriften of artikels uit monografieën komen in aanmerking, zolang als het onderwerp maar breed genoeg is om voor alle vakgenoten iets te kunnen bieden.
Waarom?
Dit format is een ideale manier op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen in het taalkundige veld, zonder dat je daarvoor de vakliteratuur moet bijhouden. Bovendien hopen we op deze manier de tijdschriftencultuur wat aan te wakkeren, en bij te dragen tot meer samenwerking en inhoudelijke discussie onder de Brusselse taalkundigen.
Interesse?
De eerste twee sessies staan inmiddels al vast: data, sprekers en onderwerpen hieronder. Maar: voorstellen voor papers in de toekomst zijn meer dan welkom! Heb jij dus een artikel dat je zou willen bespreken of voorleggen aan de collega's, laat me dan zo snel mogelijk iets weten.
Een gratis broodjesmaaltijd wordt op beide bijeenkomsten voorzien. Er is geen inschrijving of voorbereiding nodig om aan deze workshops deel te nemen. We rekenen dan ook op een talrijke opkomst, en hopen vooral alle jonge onderzoekers te mogen verwelkomen. Beide activiteiten zijn overigens erkende interne PhD-workshops van de DSh, die binnen de doctoraatsopleiding kunnen worden geaccrediteerd.
Volgende bijeenkomst
Zie het kopje 'activiteiten' hierboven.
Afgelopen activiteiten — Past activities
Dinsdag 17 april om 12u: Brainstormsessie Onderzoeksmethodologie.
De bedoeling is dat we gaan brainstormen rond oplossingen voor mogelijke methodologische problemen in ieders onderzoeksdesign. Door in groep over ons onderzoek te praten, kunnen we elkaar helpen een andere kijk op ons design te krijgen en misschien nieuwe inspiratie geven.
We vragen iedereen om de template hieronder te gebruiken om zich hierop kort voor te bereiden. Zo kan de sessie efficiënt verlopen. Om het ijs te breken zullen Aafke en Marie-Eve hun onderzoek als eerste op deze manier voorstellen. Daarna is het jullie beurt!
1. Wat zijn de variabelen in je onderzoek ?
In kwantitatief onderzoek wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen onafhankelijke en
afhankelijke variabelen. De afhankelijke variabele is de variabele die beïnvloed wordt
door de onafhankelijke variabele.
Een voorbeeld. Els bestudeert de effecten van leercontext op taalvaardigheid en attitudes.
Taalvaardigheid en attitudes zijn dus de afhankelijke variabelen die beïnvloed worden
door de onafhankelijke variabele leercontext.
Elk onderzoek, kwalitatief of kwantitatief, onderzoekt variabelen, maar het is niet bij elk
onderzoek mogelijk onafhankelijke en afhankelijke variabelen te benoemen. Is dat niet
het geval, sla je vraag 2 over.
2. Hoe operationaliseer je de onafhankelijke variabelen?
Een voorbeeld. Els operationaliseert de onafhankelijke variabele ‘leercontext’ als de
aanwezigheid van T1 en T2 buiten de taalklas. In haar onderzoek naar de verwerving van
het Engels onderscheidt ze zo vier mogelijke leercontexten: (1) een gewone school in
Duitsland; (2) een Europese school in Duitsland; (3) een Europese school in Brussel; (4)
een Europese school in Engeland. Daarnaast is er nog een controlegroep van
moedertaalsprekers van het Engels.
3. Hoe operationaliseer je de afhankelijke variabelen (of de variabele die je
voornamelijk bestudeert in onderzoek zonder onafhankelijke variabele)?
Een voorbeeld. Els onderzoekt globale taalvaardigheid en complexiteit, vloeiendheid en
accuraatheid in semi-spontane mondelinge taalproductie.
4. Hoe meten we deze variabele en met welk meetinstrument?
Een voorbeeld. Globale taalvaardigheid onderzoekt Els aan de hand van een cloze-test.
Vloeiendheid wordt o.a. onderzocht aan de hand van woorden per minuut.
Meetinstrumenten kunnen variëren van handmatig turven tot apparaten zoals
breinscanners of eyetracking.
5. Hoe analyseer je de data die je verkrijgt?
Hierbij komt statistiek kijken. Als je kwantitatief onderzoek verricht, gebruik je dan
inferentiële statistiek (variantieanalyse, factoranalyse, …) of enkel beschrijvende
statistiek (gemiddelden, standaarddeviaties)? Als je kwalitatief onderzoek verricht, welke
methodologie gebruik je dan om je data te analyseren/interpreteren?
8 maart 2012: WOT goes classic met gastcollege Maria Scappaticcio
In samenwerking met onze collega-classici organiseert de WOT op donderdag 8 maart om 12h00 in de Professorenzaal (5.C.402) een gastcollege van Maria Chiara SCAPPATICCIO (Istituto Italiano di Scienze Umane, Università degli Studi di Napoli, en Cedopal, Centre de Documentation de Papyrologie Littéraire, Université de Liège).
ARTES GRAMMATICAE en fragments
En 1979, Alfons Wouters a publié un corpus contenant en tout vingt-cinq papyrus grammaticaux, dont seulement un latin, le P.Lit.Lond. 184 (Brit.Libr. inv. 2723) + P.Mich. VII 429, fragments d’une Ars sur les parties du discours et d’autres thèmes grammaticaux, écrits au verso d’un document militaire (daté du IIe de notre ère).
Après plus de trente ans, de nouveaux documents permettent de mieux comprendre les textes grammaticaux latins transmis sur papyrus. La petite lacinia membranacea de la Biblioteca Laurenziana de Florence, le PL III / 504 (IVe siècle), par exemple, contient quelques lignes de prose grammaticale et la citation de deux hexamètres de Virgile (Aen. 11, 12-13); bien qu’on puisse établir des analogies avec le chapitre de tropis de Charisius (IVe siècle), en particulier avec la description de la dialysis, et avec la parenthesis de Marius Plotius Sacerdos (IIIe siècle), l’auteur de l’Ars grammatica dont le PL III / 504 conserve un fragment reste anonyme. On peut seulement affirmer que ce texte a circulé dans le milieu scolaire de la Pars Orientis de l’Empire. Il faut analyser de la même manière le fragment de parchemin Bodl. Libr. inv. Gr. bibl. d2 (des IIIe-IVe siècles); par ailleurs, les fragments grammaticaux P.Louvre inv. E 7332 (Ve-VIe siècle) et inv. E 7401 (VIe siècle, inédit) illustrent des cas de bilinguisme et de digraphisme grec-latin.
La réalisation d’un corpus de fragments de papyrus latins grammaticaux constituerait non seulement une contribution à la papyrologie latine, en général, par l’établissement d’une typologie des textes grammaticaux sur papyrus, mais aussi une source pour notre connaissance des ‘manuels’ dans les écoles de la partie orientale de l’Empire et de leurs théories linguistiques. L’analyse dans une dimension diachronique et diatopique, en parallèle avec les (Τέχναι et les) Artes répertoriées à ce jour, constituerait ainsi un apport pour le corpus des Grammaticae Romanae Fragmenta.
A. Wouters, The Grammatical Papyri from Graeco-Roman Egypt. Contributions to the Study of the ‘Ars grammatica’ in Antiquity, Brussel 1979.
H. Funaioli, Grammaticae Romanae Fragmenta I, Lipsiae 1907; A. Mazzarino, Grammaticae Romanae Fragmenta aetatis Caesareae I, Augustae Taurinorum 1955.
15 februari 2012: 2 lezingen over Nederlands-Engelse meertaligheid in het Nederlandse kleuter- en basisonderwijs
Considerable individual variation exists amongst simultaneous bilingual children (2L1) in their rate and patterns of linguistic development and the amount and type of exposure they receive. Previous research suggests that while language exposure is not a direct predictor of proficiency, this may depend on the linguistic domain (e.g., Pearson et al. 1997) and whether the language is used at home/school (e.g., De Houwer 2007). This paper reports a comprehensive assessment of quantity-oriented and quality-oriented exposure variables and their impact on the linguistic development of 137 English/Dutch (ENG/NL) 2L1 children, aged 3 to 17 for a range of variables including vocabulary, grammatical gender and verbal morphology.
In brief, results show children’s output to be the most significant predictor variable for English vocabulary and morphosyntax (3SG), whereas for Dutch morphosyntax (gender), quantity-oriented (cumulative LoE, language at school) and quality-oriented (richness) variables proved significant predictors. In line with previous work (e.g., Gathercole & Thomas 2009), the minority language (ENG) was affected more than the majority language (NL).
Liv Persson is PhD-studente aan het UiL-OTS, waar ze sinds 2009 aan het FLiPP-project werkt. Haar voordracht heeft als titel:
Engelse les voor kleuters : welke rol speelt input?
Steeds meer basisscholen in Nederland organiseren Engelstalig onderwijs voor kinderen vanaf vier jaar. Er is echter aanzienlijke variatie in de kwantiteit en kwaliteit van de taalinput die kinderen krijgen (Thijs et al. 2011), en het is onduidelijk tot op welke hoogte deze factoren een effect hebben op de taalvaardigheid van leerlingen (maar zie Arva & Medgyes 2000; Bowers & Vasilyeva 2011; Larson-Hall 2008). Deze presentatie bespreekt hoe de receptieve woordenschat en grammatica ontwikkeling van kleuters wordt beïnvloed door (i) de Engelse taalvaardigheid van de leerkracht (ii) de hoeveelheid minuten les per week en (iii) eventueel buitenschools contact met de Engels (zie ook Kuppens 2010).
20 januari 2012: 2 lezingen over de rol van taalontwikkeling bij kleurcognitie.
Esli Struys, psycho- en neurolinguïstisch onderzoeker aan het Centrum voor Linguïstiek, bespreekt voor de journal club het volgende artikel dat aansluit bij de taalkundige speerpunten rond Meertaligheid & Neurolinguïstiek:
De toepassing van neuroimaging-technieken zoals MRI en EEG biedt taalkundigen de mogelijkheid om hardnekkige linguïstische hypotheses te bevestigen of te falsifiëren. Een van die taalkundige vraagstukken is de linguïstische relativiteitshypothese. De hoofdvraag hierbij is in welke mate taal onze perceptie van de wereld bepaalt. Een bekend voorbeeld is dat talen verschillende manieren hebben om het objectieve kleurenspectrum in te delen. De vraag die dit artikel wil beantwoorden is of Engels- en Griekstaligen anders naar de wereld kijken omdat ze schakeringen "blauw" met verschillende woorden inkleuren. Met ERP kan uitgezocht worden hoe taal onze kleurenperceptie determineert zonder dat we er zelf bewust van zijn.
Luc Steels, hoogleraar computerwetenschappen en directeur van het Artificial Intelligence Laboratory aan de VUB, is bereid gevonden om de kleurexperimenten die hij aan het AI-lab heeft begeleid uit de doeken te doen. Als leidraad geldt dit artikel:
Dit artikel stelt een aantal modellen voor die trachten te achterhalen hoe een populatie van autonome actoren succesvol kan communiceren op basis van een aantal perceptueel gegronde categorieën. Deze modellen vinden hun inspiratie bij verschillende visies op menselijke categorisering. Enkele voorbeelden zijn het nativisme, het empirisme en het culturalisme. Het artikel beargumenteert dat er theoretische beperkingen bestaan die bepaalde modellen aannemelijker maken dan andere. Sommige van deze beperkingen zijn communicatief van aard. Kleur wordt hierbij als een casestudie genomen.
Simon Van Rietvelde, onderzoeker naar de cognitieve processen van simultaantolken aan het Centrum voor Linguïstiek, modereert de discussie na beide voordrachten.
1 December 2011: invited guest lecture Michal B. Paradowski
On Thursday 1 December 2011, between 4 and 5 pm in room 5.C.402 ('Professorenzaal'), the WOT Linguistics Seminar is proud to host a guest lecture entitled:
It's social. The common denominator of language competition, language spread, and language learning
by prof. dr. Michal B. Paradowski of the University of Warsaw. Dr. Paradowski is an assistent professor at the Department of Second Language Acquisition, and he will be talking about applying a complexity science approach to analysing and modelling language phenomena.
10 november 2011: lezing Sophie Boucquey
El Taller Lingúïstico WOT le invitó el jueves 10 de noviembre de 2011 a las 14:00 horas en el aula 5.C.402 ('professorenzaal') a una charla sobre:
Las cláusulas absolutas de participio. Análisis de titulares de prensa.
dada por
Sophie Boucquey.
17 november 2011: onderzoeksvoorstellen nieuwe collega's taalkunde
Op donderdag 17 november 2011 kon u tussen 12:00 en 13:30 uur
in lokaal 5.C.402 (professorenzaal) komen luisteren naar drie presentaties over aanstaand en lopend onderzoek door de nieuwe collega's taalkunde.
Ester Magis behaalde het masterdiploma Nederlandse Taal- en Letterkunde en de specifieke lerarenopleiding aan de VUB, en werkt sinds oktober 2011 als onderwijsassistent Nederlandse Taalkunde bij prof. dr. Piet Van de Craen en prof. dr. Wim Vandenbussche. Ze doceert schrijfvaardigheid en Nederlandse taalkunde in de bacheloropleiding, en bereidt een proefschrift voor over chat- en tussentaal. Ze zal spreken over
"De Vlaamse chatcultuur van @ tot ZZ: een onderzoek naar de gebruikte geschreven tussentaal van Vlaamse jongeren". [pdf]
Elke De Witte studeerde in 2009 af als logopedist aan de UGent, volgde de aanvullende MaNaMa taalkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en werkte gedurende een jaar als klinisch logopedist aan het UZ Leuven. Sinds oktober 2011 is zij aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, en werkt ze onder leiding van prof. dr. Peter Mariën aan een proefschrift over een neurolinguïstische aanpak bij de behandeling van supratentoriële tumoren. [pdf]
Els Belsack is zowel neerlandica (VUB) als scandinaviste (UGent) van opleiding, en is sinds begin 2011 werkzaam op het onderzoeksproject 'Fundamenten voor een Europese sociale taalgeschiedenis' bij prof. dr. Wim Vandenbussche. Ze bereidt een proefschrift voor over taalplanning en taalgeschiedenis in het negentiende-eeuwse Vlaanderen en Noorwegen vanuit een vergelijkend Europees perspectief. Haar lezing heeft als titel: "Taalplanning in Europa tijdens de lange 19e eeuw: het selectieproces van de standaardtaal in Vlaanderen en Noorwegen". [pdf]
14 September 2011: guest lecture Markus Dickinson
On Wednesday 14 September 2011, between 3 and 4 pm in room 5.C.402 ('Professorenzaal'), the VUB research group Acquilang and the WOT Linguistics Seminar hosted a lecture about
Developing Syntactic Annotation for Learner English
Dr. Dickinson is a renown computer linguist, and his talk (joint work with Marwa Ragheb) will be of special interest to researchers in the field of second language acquisition, or indeed anyone interested in corpus linguistic approaches to syntactic variation. There will be ample time for questions and discussion. An abstract of his lecture can be found below.
Researchers in second language acquisition (SLA) investigate questions
dealing with syntactic phenomena such as negation or wh-movement
(e.g., Parodi, 2000); to search in a corpus for such phenomena with
high accuracy requires syntactically-annotated corpora, but such
annotated corpora do not currently exist. To address the limitation
in annotation, we propose a framework for annotating the syntactic
properties of interlanguage, without directly encoding errors. Such
annotation can also support a deeper level of linguistic analysis for
contrastive interlanguage analysis (Lüdeling, 2010; Granger, 2004) or
for parser evaluation (e.g., Ott & Ziai, 2010).
We have begun a project to annotate an ESL corpus with syntactic
properties. The corpus is comprised of (84) essays written for an
intensive English program at Indiana University. All levels of
learners are represented, as are a variety of L1s.
We annotate dependency relations between words, capturing grammatical
relations such as subject, complement, etc. The annotation builds
from previous work on annotating interlanguage (Díaz-Negrillo et al
2010, Dickinson & Ragheb 2009), as we use a multi-layer annotation
scheme. In particular, each linguistic property is split into
different pieces of evidence, to capture the fact that evidence for
learners may diverge. For example, in (1), the morphological form of
the final word 'movie' is a noun, while distributionally (i.e., in
this context) it is a verb because it follows the infinitive marker
'to'. Thus, it receives two different part-of-speech (POS) labels.
(1) Most of the movie is seem to see adults, but the children like to movie.
This divergence also makes a key difference syntactically. If the POS
is a noun, then the syntactic relation is an object of the verb
'like', but if the POS is a verb, then different syntactic relations
are in play. Thus, we propose annotating multiple syntactic trees for
such sentences. The combination of POS and dependency annotation
allows one to investigate a variety of SLA research questions (see
Ragheb & Dickinson, to appear).
As with any annotation effort, there are interpretations that an
annotator has to make, but our hope is that we can reduce some degree
of interpretation by basing each separate layer of annotation on a
different component of linguistic evidence.
14 mei 2011: journal club over meertalig onderwijs
Op dinsdag 14 juni 2011 vond tussen 12:00 en 13:00 uur
in lokaal 5.C.402 (professorenzaal)
de laatste bijeenkomst van het WOT-tijdschriftenplatform van het academiejaar plaats. Thomas Somers (IDLO, VUB) sprak over:
Immersie en CLIL: meer verschillen dan overeenkomsten?
De uiteenzetting was gebaseerd op Lasagabaster & Sierra (2010):
In de literatuur over tweetalig/meertalig onderwijs worden de termen CLIL en immersie vaak inwisselbaar gebruikt. Volgens Lasagabaster en Sierra (2010) bestaan er tussen deze twee onderwijsvormen echter belangrijke verschillen, en is er een dwingende behoefte om deze te expliciteren. In hun artikel trachten zij vanuit een psycholinguïstisch en methodologisch perspectief de terminologische verwarring en ambiguïteit op te lossen, die naar eigen zeggen voor heel wat problemen zorgt bij onderzoekers, beleidsmakers en leerkrachten. Daarbij wordt gekeken naar de onderwijstaal, kwalificaties voor leerkrachten, aanvangsleeftijd, studiemateriaal, taaldoelen, de rol van immigranten, en de staat van het onderzoek. Sommige van de aangehaalde argumenten zijn op zijn minst controversieel te noemen, en leveren al enige tijd stof tot debat onder de leden van het AILA ReN en daarbuiten.
25 mei 2011: gastlezing Sophie Ioannou-Georgiou (Cyprus)
Op 25 mei 2011 om 14:00 uur in de professorenzaal hield dr. Sophie Ioannou-Georgiou van het Cypriotische Ministerie van Onderwijs een lezing over:
Multilingualism and sociolinguistics in Cyprus
10 mei 2011: gezamenlijke WOLEC-WOT-bijeenkomst over cognitie
Op dinsdag 10 mei 2011 tussen 16.30 en 18:00 uur vond in lokaal F.4.111 de eerste gezamenlijke WOLEC-WOT-bijeenkomst plaats. WOLEC, de Werkgroep over Literatuur en Cultuur, is de letterkundige evenknie van WOT, en wil eveneens (jonge) vorsers van de Universitaire Associatie Brussel en daarbuiten de kans bieden om hun onderzoek in een informele context voor te stellen en in discussie te treden met andere onderzoekers. Het onderwerp van deze gezamenlijke activiteit is:
Cognitie: een taal- en letterkundig perspectief.
De taalkundige lezing werd verzorgd door Esli Struys, die als onderzoeker verbonden is aan het Centrum voor Linguïstiek van de vakgroep Taal- en Letterkunde (VUB). Hij zal spreken over:
Taal en Cognitie: Een 'Black Box Revelation'?
Sinds de « cognitieve revolutie » eind jaren 1950, die werd ingezet met Chomsky’s bespreking van een werk van Skinner in het vaktijdschrift Language, is cognitie een centrale plaats gaan innemen in de taalwetenschap. Na de linguistic wars in de jaren 1960 en 1970 ontstaat de cognitieve linguïstiek, die zich in haar premissen duidelijk distantieert van het generativistische paradigma van Chomsky. Aan de hand van een casestudy over taalconflict in het tweetalige brein bekijken we ten slotte welke rol technieken om het brein in beeld te brengen in dit debat spelen.
Lars Bernaerts gaf de letterkundige lezing. Hij is docent Literatuurwetenschap aan de vakgroep Taal- en Letterkunde van de VUB en postdoctoraal onderzoeker van het FWO aan de vakgroep Nederlandse literatuur van de UGent.
Literatuur als invuloefening – een rondleiding in de cognitieve literatuurwetenschap
Wat is literatuur? Waarom lezen wij? Hoe slagen we erin betekenis te geven aan de vreemdste literaire werelden en taalvormen? Recente theorieën uit de cognitieve literatuurwetenschap (clw) geven spannende antwoorden op de grote vragen van de literatuurwetenschap. Zoals de lezersgerichte literatuurwetenschap (o.a. Iser, Jauss) al decennia beklemtoont, zitten literaire teksten vol lege plekken die de lezer aan de hand van zijn kennis en ervaring vult. De clw (Emmott, Turner & Fauconnier, Zunshine e.a.) bouwt verder op deze idee en biedt cognitieve, evolutionaire en neurologische verklaringen voor de manier waarop lezers de gaten van de literaire tekst vullen. Na een overzicht van de clw en haar interdisciplinaire karakter (met bijzondere aandacht voor de cognitieve linguïstiek) ga ik hier op in. Aan de hand van concrete voorbeelden laat ik zien hoe de clw antwoordt op vragen omtrent het begrijpen van lege plekken en eigenaardigheden in de literaire tekst.
2 March 2011: guest lecture by Raquel Serrano (Barcelona)
On Wednesday 2 March 2011, at 12 pm in room 5.C.402 ('Professorenzaal'), we hosted the following lecture in the field of applied linguistics.
The effect of context of learning on the development of second language oral and written production
(This lecture was originally scheduled for 15 February, but was postponed due to the general public transport strike in Brussels).
Dr. Serrano works as a lecturer at the University of Barcelona, where she also obtained her PhD in applied linguistics. She also studied at Georgetown University (Washington, DC) and the Universidad Complutense (Madrid). During the 2011 spring semester, she will be staying at the VUB Center for Linguistics as a visiting scholar.
29 March 2011: lezingen Pietro Benzoni (VUB) en An Vande Casteele (VUB)
Op dinsdag 29 maart 2011 om 12.00 uur kon u in de Professorenzaal (5.C.402) komen luisteren naar twee taalkundige lezingen.
Traduire Céline en italien: quelques aspects linguistiques et stylistiques
door prof. dr. Pietro Benzoni (Centrum voor Linguïstiek, VUB).
Appositieve constructies en hun discoursfunctie in Spaanse krantenartikels
15 February 2011: guest lecture by Jianwei Xu (Antwerp)
On Tuesday 15 February 2011, at 12 pm in room 5.C.402 ('Professorenzaal'), you are kindly invited to attend a lecture in the field of applied linguistics.
What English? What norms? A study of university students' perceptions of English as a lingua franca
by dr. Jianwei Xu (Universiteit Antwerpen).
Dr. Xu obtained her PhD in applied linguistics at La Trobe University (Australia), and is currently affiliated with the department of linguistics of Antwerp University.
12 januari 2011: Journal club 'Diachrone constructiegrammatica' (Gijsbert Rutten)
Op woensdag 12 januari 2011, tussen 12:00 en 13:00 uur
in lokaal 5.C.402 (professorenzaal)
vond de volgende bijeenkomst van het WOT-tijdschriftenplatform plaats. Ditmaal hebben we het plezier om de auteur van een recent taalkundig artikel zelf aan het woord te laten: dr. Gijsbert Rutten (Universiteit Leiden, Vrije Universiteit Brussel) bespreekt met ons:
Rutten, G. (2010). “Vroegmoderne relativa. Naar een diachrone constructiegrammatica”. Nederlandse Taalkunde 15 (1): 1-32.
De spreker zal een algemene inleiding geven over de constructiegrammatica, en aan de hand van drie casus uit het Nederlands (dat > wat, daar > waar, daar+PREP > waar+PREP) aantonen hoe dit 'usage-based model' ook in de diachrone taalkunde toepassingen heeft. Niet alleen interessant voor neerlandici of historisch-taalkundigen, maar voor iedereen met een interesse in taalvariatie en taalverandering vanuit een usage-based perspectief.
Abstract
This article discusses three changes in the history of Dutch relativization characterized by a change from the relativizer’s initial consonant from D to W: the relative pronoun dat > wat, the relative adverb daar > waar, and the relative pronominal adverb daar+PREP > waar+PREP. Previous studies claim that in the change from D to W-forms the (in)definite- ness of the relativizer’s antecedent played a crucial role. Here, it is argued that such an account suffers from empirical and theoretical flaws. A different approach is taken based upon construction grammar. The changes are accounted for by using the concept of con- struction specialization: language users’ tendency to pair a unique form with a unique meaning or function. It is shown that language users gradually widen the possible contexts of a construction by taking small analogical steps such as the use of a new verb in the con- struction. Frequency analyses are also taken into account. Next, it is argued that language users aim at maximally formal differences between similar constructions when construc- tion specialization is at work. Finally, a diachronic construction network is developed in order to combine diachronic linguistics and construction grammar.
15 december 2010 : Aafke Buyl, Jill Surmont & Kim Germeys
Op woensdag 15 december 2010 om 17:00 uur kon u in lokaal 5.C.404 (tegenover het decanaat) komen luisteren naar drie taalkundige lezingen. De nieuwe collega's taalkunde, Aafke Buyl, Jill Surmont en Kim Germeys geven een overzicht van hun MA-paper en presenteren de onderzoeksplannen voor hun doctoraat.
Aafke Buyl (Aquilang, VUB): Receptieve grammaticaverwerving in het Engels als tweede taal
Jill Surmont (MuRe, VUB): Waarom de Belgische taalwet aangepast moet worden om CLIL-scholen te promoten om zo aan de Europese normen te kunnen voldoen
Kim Germeys (CLIN, VUB): Een stadsetnografische studie naar taalgedrag in faciliteitengemeenten. Sint-Genesius-Rode: een case-study
De discussie werd na afloop nog voortgezet met een gezellig aansluitend diner in restaurant 'Cappuccino' (Kroonlaan 255).
10 november 2010: lezingen van Koen Kerremans (EHB) en Gerald Stell (VUB)
Op woensdag 10 november 2010 vanaf 12.00 uur kon u in de Professorenzaal (5.C.402) komen luisteren naar twee taalkundige lezingen.
De eerste lezing werd verzorgd door Koen Kerremans van het Centrum voor Vaktaal en Communicatie (TTK-EHB):
Terminologische variatie in teksten rond biodiversiteit. Een vergelijking tussen Engelse bronteksten en hun Nederlandse en/of Franse vertalingen
De tweede lezing werd gegeven door Gerald Stell van het Centrum voor Linguïstiek (VUB):
Ethnic identities in grammar and discourse. Forms and functions of Afrikaans-English code-switching among Whites and Coloureds
5 oktober 2010: Tijdschriftenplatform 'sociolinguïstische typologie' (Rik Vosters)
Op dinsdag 5 oktober 2010, tussen 17u en 18u, in lokaal 5.C.402 (professorenzaal)
besprak Rik Vosters het recente werk van Peter Trudgill over 'Linguistic complexity and sociolinguistic typology'.
De discussie kan na afloop nog worden voortgezet met een gezellig aansluitend diner in restaurant 'Cappuccino' (Kroonlaan 255) op vrijwillige basis.
* Trudgill, P. (2010). "Social Structure, Language Contact and Language Chang". In R. Wodak, B. Johnstone & P. Kerswill (eds.), The SAGE Handbook of Sociolinguistics. London: Sage.
* Trudgill, P. (2009). "Sociolinguistic typology and complexification". In G. Sampson, D. Gil & P. Trudgil (eds.) Language complexity as an evolving variable. Oxford: OUP, 98-109.
De discussie over complexificatie en simplificatie in taal heeft de laatste jaren heel wat aandacht gekregen, en verschillende takken van de taalkunde hebben zich in het debat gemengd. Trudgill gaat ervan uit dat de verdeling van taalkundige structuren over verschillende talen niet willekeurig is, maar moet worden gezien binnen een sociolinguïstische typologie. Hij plaatst daarbij 'low-contact societies' tegenover 'high-contact societies', en onderscheidt langdurige taalcontactsituaties (met doorgaans taalverwerving door nieuwe generaties) van kortstondigere contacten ('imperfect adult L2 learning'). Deze theorieën zijn op zijn minst controversieel te noemen, en standpunten vanuit verschillende invalshoeken (sociolinguïstiek, taalverwervingsonderzoek, historische taalkunde, ...) en taalachtergronden kunnen een noodzakelijke verdieping van de discussie bieden.
10 juni 2010: lezingen van Martina Temmerman (EHB) en Thomas Hoelbeek (VUB)
Op donderdag 10 juni 2010 van 12.00 tot 13.00 uur kon u in de Professorenzaal (5.C.402) komen luisteren naar twee taalkundige lezingen.
De eerste lezing werd verzorgd door Martina Temmerman van de afdeling Toegepaste Taalkunde (Erasmushogeschool):
Competentie op de journalistieke werkvloer. Hoe journalisten en politici hun competentie demonstreren in geschreven interviews – een taalkundige analyse.
De tweede lezing werd gegeven door Thomas Hoelbeek van het Centrum voor Linguïstiek (VUB):
Het fijnstellen van grammaticalisatiemechanismen: een theoretisch-methodologische bijdrage aan de hand van een diachronisch onderzoek naar de ruimtelijke preposities afstammend van het Latijnse tran(s)versu(m).
19 mei 2010: Tijdschriftenplatform 'taaluniversalia' (Esli Struys)
Op woensdag 19 mei 2010, tussen 12u en 13u, in lokaal 5.C.402 (professorenzaal)
besprak Esli Struys een recent artikel over de mythe van de taaluniversalia.
Evans, N., & Levinson, S. C. (2009). "The myth of language universals: Language diversity and its importance for cognitive science". Behavioral and Brain Sciences, 32(5), 429-492. [elektronisch beschikbaar via de Vubis-catalogus]
Evans en Levinson bieden een interessante kijken op (vermeende) taaluniversalia en de universele grammatica. Zij plaatsen het concept 'language universal' in verschillende onderzoekstradities, en illustreren aan de hand van een casus (het omstreden grondbeginsel van talige recursiviteit) dat net linguïstische diversiteit een essentieel gegeven is voor een cognitieve kijk op communicatie. Met een nieuwe kijk op een oud vraagstuk toont dit artikel aan dat discussies over universele grammatica niet enkel relevant zijn voor onderzoekers in een Chomskiaans paradigma, maar aan bredere variationele thema's raken, die ook in de andere takken van de linguïstiek niet onbesproken kunnen blijven.
Voor meer informatie over de 'journal club', zie het kopje Tijdschriftenplatform hierboven.
25 maart 2010: gastlezing Ellen Simon
Op donderdag 25 maart 2010 van 13.00 tot 14.00 uur kon u in de Professorenzaal (5.C.402) komen luisteren naar een gastlezing over:
De verwerving van het Engelse stemcontrast
door vroege en late tweedetaalleerders
Dr. Simon is verbonden aan het departement Engels van de UGent, en promoveerde in 2006 met een dissertatie over "The Laryngeal Systems of Dutch, English and Dutch Learner English. A study on the acquisition of new phonological contrasts".
10 maart 2010: debatavond over standaardtaal, tussentaal en dialect
Naar aanleiding van de discussie die eind vorig jaar ontbrandde over het taalgebruik in soaps organiseert de afdeling Nederlands en de Werkgroep over Taal van de Vrije Universiteit Brussel een debat over spreektaal in Vlaanderen. Zin en onzin van standaardtaal, dialect en tussentaal komen aan bod. Welk taalbeleid is wenselijk in de gesproken media? Verdwijnen het Algemeen Nederlands en de traditionele dialecten ten bate van een Brabants gekleurde tussentaal? En kunnen we dan spreken van taalverloedering? De titel luidt ‘Hier klapt men Nederlands’, een variatie op het legendarische tv-programma ‘Hier spreekt men Nederlands’.
In het panel zitten:
Ruud Hendrickx (taaladviseur VRT en Vlaams hoofdredacteur Van Dale)
Het debat wordt gesteund door de afdeling Nederlands, de Werkgroep over Taal, de Dienst Cultuur VUB, en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De toegang is gratis, en we rekenen op een breed publiek van studenten, WOT-leden en andere geïnteresseerden.
Gedurende het academiejaar 2009-2010 is mevrouw Elissaveta Manolova (Universiteit van Sofia) te gast bij de vakgroep Taal- en Letterkunde van de Vrije Universiteit Brussel. Om haar alvast in contact te brengen met alle collega's, gaf zij op 25 november 2009 om 16:00 uur een lezing over haar promotieonderzoek, getiteld: "Representatie van de Nederlandstalige cultuur in NVT-tekstboeken".